5. Obruni

Van: Marion
Datum: Woensdag 20 maart 2002, 18:22 uur
Aan: Vrienden en bekenden
Onderwerp: Obruni

Hoi piepeloi,

Het is nog maar 1,5 week geleden dat ik jullie schreef vanuit Accra, maar voor mijn gevoel is er in deze periode zoveel gebeurd dat het wel 1,5 maand lijkt.

Ik ben ondertussen al behoorlijk gewend, en loop hier al aardig op m’n gemak rond. In Nederland ben je een kleurling als je donker bent, maar hier heb ik het gevoel dat ik de kleurling ben. Is dat omdat ik afwijk van de rest? En als dat zo is, is de massa dan de norm? Letterlijk gezien ben ik zeker de kleurling aangezien mijn huidje de afgelopen periode van hartstikke wit is verkleurd naar lichtbruin, vervolgens naar bruin, rood, en nu weer wit (leuk hoor dat vervellen).

Maar was ik me in het begin nog heel erg bewust van het feit dat ik er anders uitzie, nu wordt dat soms al wat minder. Ik ben al helemaal gewend aan het straatbeeld, en voel me al helemaal aangepast. Amper 3 weken geleden zei ik nog tegen Marloes dat ik me niet voor kon stellen dat we over 4 maanden niet meer verbaasd zouden zijn, en gewoon van a naar b zouden lopen zonder onze ogen uit te kijken. Nu is dat al bijna zo. Echt onvoorstelbaar hoe flexibel de menselijke geest kan zijn……

Voor veel mensen op straat blijf ik echter wel een bezienswaardigheid en de meest gehoorde kreet is “obruni!”. Dit betekent zoveel als “witje” of “blankie”. In de (buiten)wijk waar wij wonen is het helemaal erg en loopt de hele straat af en toe nog steeds uit. Ik heb nog regelmatig een “rattenvanger-van-Hamelen-gevoel” als ik de optocht achter me aan zie.

Hetzelfde tafereel speelt zich ook ongeveer af als ik ’s ochtends het schoolplein op loop. Nog steeds heb ik aan elk been ongeveer 5 kinderen hangen, aan elke hand een stuk of 10, en dan nog een onbekend aantal dat zich rond m’n middel vastklemt of om m’n nek hangt. Erg vermoeiend, maar ook erg leuk.

Nadat ik jullie vorige week donderdag heb gemaild, ben ik de volgende dag naar het strand in Accra gegaan, en ’s avonds heb ik een trotro gepakt naar Ada (ook aan de kust, maar dan 2 uur verder naar het oosten richting de grens met Togo). Daar was het echt heerlijk rustig en ik heb in een echt Afrikaans hutje aan zee geslapen. De kust daar staat ook bekend om z’n reuzenschildpadden, en we hebben er ’s nachts eentje kunnen betrappen van ong. 1,5 meter die net eitjes had gelegd op het strand. Echt super.

Zondags ben ik natuurlijk weer terug gegaan naar Kumasi, waar ik vorige week maandag ben begonnen met m’n eigen klasje. Ik was weer helemaal bijgetankt, maar op de 1 of andere manier was die tank na amper een dag alweer leeg. Ik kan me niet herinneren wanneer een week zo lang heeft geduurd als vorige week. Ik heb 16 hyperactieve kinderen gekregen die geen 8 (zoals de lerares dacht) maar 5 jaar oud bleken te zijn. Ik zit in een hokje van 5 bij 3 meter waar de temperatuur ’s ochtends vanaf een uur of 9 oploopt naar iets wat lijkt op een sauna. Er is nauwelijks plek om te zitten, en de kinderen zitten vaak (half) bij elkaar op schoot. Geen schoolbord, boeken, schriften, pennen, potloden, helemaal niets…. Daarnaast wordt er van de kinderen verwacht dat ze van 8 uur ’s ochtends tot 3 uur ’s middags leren. En als ik dan zeg leren, dan bedoel ik ook echt leren! Spelen hoort er niet bij, behalve in de ene pauze van 10 minuten. Daarnaast hebben ze ’s middags 10 minuten pauze om te eten, en 20 minuten op 1 dag is zelfs voor mij te weinig om geconcentreerd te blijven.

Ik wist trouwens niet dat ik zo boos kon kijken, en dat ik zo streng kon zijn. De kinderen moeten rustig blijven omdat ze anders de andere klassen afleiden (er zijn nauwelijks normale geluidsdichte muren, laat staan ramen). Elke middag na schooltijd ben ik de stad in gegaan op zoek naar materiaal dat ik zou kunnen gebruiken. Samen met Marloes heb ik ergens een reusachtig schoolbord weten te kopen. We waren al een bezienswaardigheid, maar toen we door die drukke stad liepen met dat schoolbord tussen ons in, viel het verkeer af en toe echt stil. Ook heb ik na lang zoeken ergens een paar lege a4-tjes en wat potloden kunnen kopen, maar toen ik die uitdeelde in de klas begreep niemand er meer wat van. Ik heb echt op het schoolbord voor moeten doen wat tekenen was. Jammer genoeg ben ik zelf creatief genoeg in m’n hoofd, maar laat de uitvoering nogal wat te wensen over. Het gevolg was dan ook dat veel kinderen nu ook harkpoppetjes tekenen.

Het uitdelen van de potloden was een verhaal op zich. Ik had per bankje een pakje potloden en dat werd een wild gegraai. Iedereen wilde zoveel mogelijk potloden bemachtigen. Ik heb er de hele ochtend over gedaan om de kinderen bij te brengen dat ze 1 potlood uit het pakje moeten halen en als ze klaar zijn met die kleur het dan weer terugstoppen (zodat iemand anders het kan gebruiken) en een nieuwe kleur mogen uitzoeken. Aan het einde van de les heb ik de kinderen min of min moeten fouilleren om alle pakjes weer compleet te krijgen. Van de 6 puntenslijpers die ik ergens heb kunnen kopen zijn er nog 2 over….

De tijden dat ik niet lesgeef of de stad in ben op zoek naar nuttige dingen die me kunnen helpen bij het lesgeven, brengen Marloes en ik door met de weeskinderen. In een volgend e-mailtje zal ik meer over ze vertellen, nu zeg ik alleen nog maar dat ze echt geweldig zijn! Denk ik overdag nog als ik in m’n klasje zit dat ik echt noooooooooit zelf nog kinderen wil, ’s avonds als ik met deze kanjers huiswerk zit te maken zou ik ze allemaal wel willen adopteren…..

De week was al met al heel zwaar en ik zit niet echt goed in m’n vel. Ik voel me helemaal niet nuttig en vraag me af wat mijn toegevoegde waarde hier is. Ik ben gewoon niet tevreden over wat ik hier doe. Natuurlijk heb ik ook goed nagedacht over de reden van dit knagende gevoel. Ik heb gezegd dat ik niet voor mezelf kom en wat wil betekenen voor andere mensen. Het maakt dus eigenlijk niet uit of ik wel of niet tevreden ben. De vraag ik of ik wat beteken voor anderen. Zelf vind ik dit onvoldoende; ik zou zoveel meer willen doen! Alleen ligt mijn lat (voor mezelf) over het algemeen vrij hoog. De kinderen in het weeshuis vinden Marloes en mij geweldig en ik weet zeker dat we hun “kwaliteit van leven” verhogen. Maar ja, zegt een stemmetje in mij dan weer, dat zijn er maar 11…. En als ik dan in een weeshuis met 100 kinderen was geplaatst, had ik die alle 100 dan net zo gelukkig kunnen maken als deze 11? En als dit dan inderdaad zo was geweest, had ik dan misschien ook niet gedacht “dit zijn er maar 100”?

Ik weet ook wel dat ik de kinderen in m’n klasje ook wat leer. Ik probeer dingen op een leuke, levende manier te brengen (hoewel dit niet altijd lukt, maar toch). Ze leren tekenen en samen een pakje kleurpotloden delen. Basic dingen, maar allemaal erg nieuw voor ze. En ze krijgen de gelegenheid om toch een beetje kind te zijn. Tja, en daar komt dan ook weer het stemmetje; dat het allemaal nog helemaal niet zo goed gaat, en dat ik maar 16 kinderen in m’n klasje heb…. Maar ja, als die 16 me allemaal zo superenthousiast onthalen en ze kennelijk toch blij met me zijn, heb ik dan toch niet wat bereikt?!

De moraal van dit verhaal is dat ik veel wil, maar niet alles kan. Al dan niet omdat ik het zelf niet kan (qua capaciteit of kennis/opleiding), of omdat ik niet de mogelijkheden en/of middelen heb. Het moeilijkste is om die beperkingen te accepteren. Ik zie gewoon zoveel dat ik graag zou willen oppakken, er is hier zoveel te doen! Ik moet opeens aan die reclame denken van de Gouden Gids, omdat ik me net die garnalenpelster midden in een gigantische berg garnalen voel…. Er ligt zoveel werk, en ik weet dat ik ergens moet beginnen en me niet gek moet laten maken door het idee dat mijn bijdrage aan die grote berg bijna niets is. Op de 1 of andere manier valt dat niet mee voor mijn persoontje. En ik dacht nog wel dat een hoop idealisme door de jaren heen al wat plaats had gemaakt voor wat meer realisme… Kennelijk toch nog niet genoeg?

Hmmm… nou, volgens mij is dit laatste wel een beetje een wazig verhaal geworden, maar ik hoop dat er zo hier en daar nog iemand is die er wat van begrijpt. In elk geval probeer ik alles op deze manier een beetje te relativeren, en hoop ik m’n dipje weer een beetje te boven te komen. En dat zal vast wel lukken…….

Een hele dikke knuffel,
Marion.

 

  1. Introductie
  2. Cultuurshock?!!!!
  3. Akwaaba
  4. Plaats van bestemming
  5. Obruni
  6. Kleine vliegende prikbeestjes
  7. Warchild?
  8. Contrast
  9. Tome tome
  10. @!%@^#$@#!@ muggen
  11. Look, Listen, Learn
  12. Zoals het klokje thuis tikt… ??